Coeliakie en lactose-intolerantie

Coeliakie en lactose-intolerantie

Lactose-intolerantie en coeliakie treden vaak tegelijk op, maar hebben verschillende oorzaken.

Voor de diagnose en ook de eerste tijd na de diagnose kan bij coeliakiepatiënten ook (tijdelijke) lactose- intolerantie optreden, die wordt veroorzaakt door beschadiging van het slijmvlies van de dunne darm. In sommige gevallen verdwijnt de lactose-intolerantie niet nadat de patiënt is overgestapt op glutenvrije voeding en het dunne-darmslijmvlies zich heeft hersteld. Dit is te wijten aan een genetisch gebrek van een enzym, dat veel voorkomt onder bewoners van Zuid-Europa en niet wordt veroorzaakt door coeliakie. In dergelijke gevallen kan de consumptie van lactosehoudende levensmiddelen (vooral melk) leiden tot langdurige klachten zoals buikpijn en winderigheid. Voor de behandeling van lactose-intolerantie moeten levensmiddelen met een hoog lactosegehalte (melk en melkproducten, ijs op melkbasis, verse kaas) worden vermeden. In plaats van melk kunnen sojaproducten of melk met een laag lactosegehalte worden gedronken, die in elke supermarkt verkrijgbaar zijn. Omdat de meeste patiënten een zekere hoeveelheid lactose verdragen, vormen zure melkproducten zoals yoghurt, karnemelk meestal geen probleem. Nederlandse harde kaassoorten bevatten nagenoeg geen lactose.