Wanneer is meer onderzoek nodig?

Wanneer is meer onderzoek nodig?

Na 1-2 jaar glutenvrije voeding is geen intern onderzoek meer nodig.

Als er geen twijfel bestaat over de diagnose, is het volgens ons niet zinvol nog een dunne-darmbiopsie uit te voeren om na te gaan of de slijmlaag van de dunne darm zich heeft hersteld. Wel is regelmatig onderzoek door een specialist aan te bevelen om bepaalde laboratoriumwaarden te controleren, te weten:

  • Waarden van de ijzerhuishouding (bloedbeeld, ijzer, ferritine). Een langdurig ijzergebrek kan worden verholpen door het slikken van ijzerpreparaten.
  • Anti-tTG-antistoffen (bij een positief testresultaat is de glutenvrije voeding niet strikt genoeg aangehouden).
  • Onderzoeken voor een tijdige herkenning van eventuele autoimmuunziekten (vooral antithyroglobuline antistoffen en anti-thyroperoxidase voor de diagnose van thyroïditis).

De controle op osteoporose met metingen van de botdichtheid is vooral van belang voor vrouwelijke coeliakiepatiënten bijwiedediagnose pas laat is gesteld. Voor patiënten bij wie tijdens een controlebezoek een opvallende toename van het lichaamsgewicht wordt vastgesteld, worden eerstegraads onderzoeken van de spijsvertering aanbevolen (algemeen cholesterolgehalte, HDLen LDL-cholesterol, triglyceride, glucose). Naaste familieleden van coeliakiepatiënten (kinderen, broers, zussen en ouders) hebben een grotere aanleg voor coeliakie (ca. 10%) dan anderen. Daarom is het zelfs bij een ogenschijnlijk probleemloze gezondheid van belang dat ook zij serologisch worden onderzocht op anti-tTG-antistoffen en dat eventueel een genetische analyse of HLADQ2/ DQ8-genotypebepaling wordt uitgevoerd.