Glutenvrij van A-Z
Alles over coeliakie opzoeken

Alles wat u altijd al wilde weten over coeliakie en glutenvrij leven, hebben wij hier voor u verzameld. Van de A van anaemie tot de Z van zetmeel: met één muisklik krijgt u antwoord op de belangrijkste vragen over dit onderwerp.
Een diagnose die veel vragen oproept
Er ontstaan veel vragen door beperkingen in de dagelijkse voeding en uit angst dat veel levenslust verloren zal gaan. Er is echter geen enkele reden om daarvoor te vrezen, want coeliakiepatiënten hoeven tegenwoordig nauwelijks problemen te ondervinden door hun aandoening. Er moeten weliswaar enkele regels in acht worden genomen, maar leven met coeliakie kan een leven zonder compromissen zijn.
Coeliakie is een chronische intolerantie voor gluten.
Gluten is een eiwit dat voorkomt in verschillende graansoorten, zoals tarwe, haver, rogge, gerst, spelt en kamut.Bijkinderenenvolwassenen met een genetische aanleg leidt het eten van glutenhoudende producten of producten met sporen van gluten tot een immuunreactie in de darmen,endaaropvolgendtotchronische ontsteking en afbraak van de darmvlokken (atrofie) in de dunne darm. Het slijmvlies van de dunne darm is bekleed met darmvlokken en microvilli, die het oppervlak vergroten waardoor de voedingsstoffen worden opgenomen. Bij coeliakiepatiënten zijn de darmvlokken en de microvilli in de dunne darm grotendeels afgebroken, en daarbij is het slijmvlies van de dunne darm beschadigd. Doordat het oppervlak van het slijmvlies is verkleind, kunnen minder of geen voedingsstoffen (eiwitten, vetten, koolhydraten, vitaminen en mineralen) worden opgenomen. Dit leidt tot ondervoeding en symptomen van tekorten.
Coeliakie of intolerantie voor gluten
is een van de meest voorkomende
intoleranties ter wereld. In landen
waar veel bewoners afstammen
van Europeanen (Europa, Noorden
Zuid-Amerika, Australië) heeft
naar schatting een op de honderd
personen coeliakie. Een vergelijkbaar
percentage is van toepassing
op ontwikkelingslanden in Noord-
Afrika, in het Midden-Oosten en in
India, waar de bevolking voornamelijk
granen eet.
Gluten is een eiwit dat voorkomt in verschillende graansoorten, zoals tarwe, haver, rogge, gerst, spelt en kamut. Gluten heeft een zeer lage voedingswaarde. Het dient vooral als kleefstof die tarwemeel bij elkaar houdt en daardoor bijvoorbeeld het bakken van brood mogelijk of makkelijker maakt
Coeliakie is een complexe aandoening die wordt veroorzaakt door een samenspel van verschillende genetische en externe factoren.
Genetische factoren
Men gaat ervan uit dat genetische factoren een rol spelen bij het ontstaan van coeliakie, want eerstegraads familieleden van coeliakiepatiëntenhebbentienmaalzoveel kans opcoeliakiedananderemensen. Er moeten genetische factoren een rol spelen, want bloedverwanten in de eerste graad hebben tien maal zo veel kans op coeliakie als andere mensen.Detalrijke genen die verantwoordelijk zijn voor erfelijke aanleg zijn echter nog niet allemaal onderzocht. Belangrijk zijn enkele factoren van het HLA-systeem, een gencomplexdatdientvoorhetherkennenvan niet-lichaamseigen moleculen. Bij de meestecoeliakiepatiënten (minstens 95 %) worden de zogeheten genotypen HLA-DQ2 en DQ8 aangetroffen. HLA-DQ2en-DQ8zijnweliswaareen voorwaarde voor de ontwikkeling van de aandoening, maar zijn daarvoor niet alleen verantwoordelijk. Want een groot deel van gezonde mensen (20-30% van de wereldbevolking) beschikt over dezelfde genetische factoren.
Exogene factor
Deenige tot dusverbekendeexogene factor die een rol speelt bij coeliakie is de aanwezigheid van gluten in de dagelijkse voeding van de hedendaagsemens.
Er zijn verschillende symptomen die op coeliakie kunnen wijzen. Typische symptomen van coeliakie zijn diarree, gewichtsverlies, lusteloosheid, een opgeblazen gevoel, buikpijn, misselijkheid en bij kinderen groeistoornissen. In sommige gevallen is er sprake van anaemie (bloedarmoede), osteoporose (botontkalking), amenorrhea (wegblijven van de menstruatie), vitamine- ofmineralentekort. Ook andere immuniteitsziekten zoals diabetes type1enschildklierontsteking kunnen op coeliakie wijzen. De symptomen zij zo divers, dat coeliakie in verschillende klinische vormen wordt verdeeld, die bij de diagnose in acht moeten worden genomen. Bij de typische symptomatische vorm van coeliakie doen zich gastro- intestinaleklachtenvoor(tegenwoordig niet vaak meer). Wat echter vaker voorkomt, zijn atypische symptomen en klachten die niet direct aan coeliakie doen denken, zoals geïrriteerde darmen of ijzergebrek. Bij de stille vorm van coeliakie treden geen bijzondere symptomen op. Deze vorm wordt vaak pas na serologisch onderzoek vastgesteld bij mensen met een verhoogd risico, zoals diabetici of familieleden van coeliakiepatiënten. In die gevallen lijken de symptomen niet zichtbaar, maar is in de praktijk een verbetering van lichamelijke en geestelijke gezondheid merkbaar zodra wordt overgestapt op een glutenvrije voeding. Een kleine groep patiënten heeft andere dan darmproblemen, zoals dermatitis herpetiformis (ziekte van Dühring), stomatitis aphtosa, diabetes type I, osteoporose, vruchtbaarheidsproblemen, thyroïditis, allergieën, intoleranties en sommige neurologische ziekteverschijnselen die in verband gebracht kunnen worden met coeliakie. In heel zeldzame gevallen kan coeliakie zich uiten in een darmzweer of darmgezwel.
Korte beschrijving van de klinische vormen van coeliakie
Typische, symptomatische coeliakie
De typische vorm van coeliakie ontwikkelt zich al vroeg, doorgaans enkele maanden na de borstvoeding, en gaat gepaard met typische symptomen van slechte voedselopname: chronische diarree, groeiproblemen, gebrek aan eetlust, misselijkheid en een opgeblazen gevoel.
Atypische coeliakie coeliakie
De symptomen van de atypische coeliakie komen pas later tot uiting op een ander gebied dan de darmen, zoals bloedarmoede door ijzergebrek, toename van transaminasen, terugkerende buikpijn, hypoplasie van het tandglazuur, dermatitis herpetiformis (ziekte van Dühring) en groeistoornissen in de schoolleeftijd.
Stille coeliakie
Stille coeliakie wordt bij mensen zonder symptomen meestal tijdens een serologisch onderzoek toevallig ontdekt door de aanwezigheid van positieve antistoffen. In veel gevallen lijken de symptomen niet zichtbaar,maar is in de praktijk een verbetering van lichamelijke en geestelijke gezondheid merkbaar zodra wordt overgestapt op een glutenvrije voeding. Bij mogelijke of latente vormen van coeliakie zijn met een serologisch onderzoek positieve testresultaten bereikt, maar geeft een darmbiopsie geen sterke aanwijzingen.
Mogelijke of latente coeliakie
Bij mensen met deze vorm van coeliakie kan schade in de dunne darm ontstaan als zij geen glutenvrije voeding gebruiken. Vaak wordt ook coeliakie geconstateerd bij mensen met een auto-immuunziekte, met name diabetes type 1 en thyroïditis, of met het syndroom van Down, Turner of Williams of een IgA-tekort.
Bij symptomen die wijzen op coeliakie volstaat een serologisch onderzoek meestal voor de eerste diagnose. De definitieve diagnose kan alleen worden gesteld met een dunne-darmbiopsie. Bij deze biopsie worden kleine stukjes weefsel weggenomen en onderzocht om eventuele afbraak van darmvlokken vast te stellen.
Serologische onderzoeken
Serologisch onderzoek kan het vermoeden van coeliakie versterken. Daarbij worden in eerste instantie de antitransglutaminase antistoffen (anti-tTG) in de categorie IgA onderzocht. Dit is een bijzonder betrouwbare, routinematig uitgevoerde bloedtest. Net zo veelzeggend, maar minder gebruikelijk, is een onderzoek naar anti-endomysium-antistoffen (EMA). De antigliadine-antistoffen (AGA) in de categorie IgA en IgG zijn vooral bij kinderen tot3jaar het duidelijkst, omdat deze een eenduidiger testresultaat opleveren dan de andere antistoffen. Verandering van AGA-IgG alleen is niet doorslaggevend voor de diagnose, behalve voor kinderen met een IgA-tekort.
De dunne-darmbiopsie
Bij een positieve uitslag van het serologisch onderzoek wordt een dunne-darmbiopsie aanbevolen die wordt uitgevoerd middels een gastro-duodenoscopie. Als het serologische onderzoek een positief resultaat heeft én typische veranderingen in de dunne darm worden geconstateerd (afbraak van vlokken, toename van intra-epitheliale lymfocyten), kanmetzekerheiddediagnose coeliakie worden gesteld.
Glutentest
Sommige gastroenterologen adviseren in geval van twijfel (dus als niet eenduidig coeliakie is vastgesteld) na één à twee jaar glutenvrije voeding korte tijd weer gluten in het voedingspatroon op te nemen. Als de consumptie van gluten binnen enkele maanden (in uitzonderlijke gevallenna jaren) leidt tot een klinische en bioptische achteruitgang, wordt de eerdere diagnose bevestigd. Deze glutentest moet plaatsvinden onder streng toezicht van een arts.
Dezelfde oorzaken. En beide een evenwichtige voeding als oplossing.
Vijf tot tien procent van mensen met diabetes type I (insuline-afhankelijke diabetes) hebben ook coeliakie. Voor beide aandoeningen moet een strikt dieet worden gevolgd, waarbij echter niet alles verboden is. Aan diabetici (zowel met als zonder coeliakie) wordt tegenwoordig een "normale", evenwichtige voeding aangeraden wat betreft calorieën, eiwitten, suikers (koolhydraten) en vetten. Om een verhoogde bloedsuikerspiegel na het eten te voorkomen, zijn complexe koolhydraten (brood, pasta, natuurlijk glutenvrij) en vezelrijke levensmiddelen (groenten, peulvruchten en vers fruit) beterdanvoedingsmiddelenmet veel enkelvoudige suikers (zoetwaren, suiker). Levensmiddelen met veel enkelvoudige suikers mogen slechts met mate worden gebruikt. Vetten van plantaardigeoorsprong(zoalskoudgeperste olijfolie) en voedingsmiddelen met meervoudig onverzadigde vetzuren (bijvoorbeeld vis) zijn het beste, omdat deze een gunstige uitwerking hebben op het cholesterolgehalte in het bloed. De behandeling van coeliakie heeft ook een positieve uitwerking op diabetes, omdat de stofwisseling beter onder controle wordt gehouden en eventueel ook het insulinegebruik kan worden verlaagd. Bovendien kunnen daarmee eventuele verborgen complicaties worden vermeden, zoals bloedarmoedeof botontkalking.
Lactose-intolerantie en coeliakie treden vaak tegelijk op, maar hebben verschillende oorzaken.
Voor de diagnose en ook de eerste tijd na de diagnose kan bij coeliakiepatiënten ook (tijdelijke) lactose- intolerantie optreden, die wordt veroorzaakt door beschadiging van het slijmvlies van de dunne darm. In sommige gevallen verdwijnt de lactose-intolerantie niet nadat de patiënt is overgestapt op glutenvrije voeding en het dunne-darmslijmvlies zich heeft hersteld. Dit is te wijten aan een genetisch gebrek van een enzym, dat veel voorkomt onder bewoners van Zuid-Europa en niet wordt veroorzaakt door coeliakie. In dergelijke gevallen kan de consumptie van lactosehoudende levensmiddelen (vooral melk) leiden tot langdurige klachten zoals buikpijn en winderigheid. Voor de behandeling van lactose-intolerantie moeten levensmiddelen met een hoog lactosegehalte (melk en melkproducten, ijs op melkbasis, verse kaas) worden vermeden. In plaats van melk kunnen sojaproducten of melk met een laag lactosegehalte worden gedronken, die in elke supermarkt verkrijgbaar zijn. Omdat de meeste patiënten een zekere hoeveelheid lactose verdragen, vormen zure melkproducten zoals yoghurt, karnemelk meestal geen probleem. Nederlandse harde kaassoorten bevatten nagenoeg geen lactose.
Wie strikt glutenvrij eet, hoeft geen enkel probleem te hebben.
Een streng glutenvrij dieet is momenteel de enige therapie die een coeliakiepatiënt een optimale gezondheid kan garanderen. De symptomen verdwijnen, en de bij serologisch onderzoek vastgestelde waarden en het slijmvlies van de dunne darmwand herstellen. De enige oplossing voor coeliakie bestaat uit het vermijden van alle voedingsmiddelen die van glutenhoudende graansoorten worden gemaakt. Zelfs de kleinste hoeveelheid gluten kan weefselschade veroorzaken. In de meest uiteenlopende levensmiddelen kan gluten voorkomen, dus bij het inkopen moet zorgvuldig worden opgelet. De overstap naar glutenvrije voeding wordt vergemakkelijkt door de vele speciale producten voor coeliakiepatiënten (brood, deegwaren, koek, pizzabodems, meel, koekjes, zoetwaren). Deze speciale producten worden aangeduid met het symbool van een "doorgestreepte aar". Dit symbool garandeert dat een product glutenvrij is. Als extra ondersteuning bij de dagelijkse voeding zijn lijsten met glutenvrije voedingsmiddelen verkrijgbaar. Deze kunt u opvragen bij het Voedingscentrum te Den Haag.
De symptomen verdwijnen
De symptomen verdwijnen, en de bij serologisch onderzoek vastgestelde waarden en het slijmvlies van de dunne darm herstellen. Bij coeliakiepatiënten met de typische symptomen zijn de effecten van glutenvrije voeding onmiddellijk zichtbaar. Binnen enkele dagen verbeteren de eetlust en het algehele welzijn, de diarree verdwijnt en kinderen beginnen normaal te groeien. Ook eventuele tekenen van tekorten, zoals broze botten of bloedarmoede door ijzergebrek, verdwijnen geleidelijk. Glutenvrije voeding verkleint het risico van langdurigegezondheidsproblemen, vooral wanneer er direct na de diagnose mee wordt begonnen. Autoimmuunziekten die met coeliakie samenhangen, kunnen echter niet helemaal worden uitgesloten. Een voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld thyroïditis (ziekte van Hashimoto), die vooral voorkomt onder meisjes in de puberteit.
Voordelen van een glutenvrije voeding:
_Slijmvlies van de dunne darm herstelt zich
_Voedingsstoffen worden door het lichaam opgenomen en benut
_Gewichtsverlies wordt tegengegaan
_Algeheel welzijn neemt toe
Glutenvrije voeding kan gezond, lekker en evenwichtig zijn.
Wie gezond en fit wil blijven, moet gevarieerd eten, veel water drinken en matig zijn met zout. Een afwisselende voeding is van groot belang. Een gezonde dagelijkse voeding kan worden weergegeven als een piramide die uit verschillende lagen bestaat Iedere laag vertegenwoordigt een groep voedingsmiddelen. Van voedingsmiddelen uit de onderste laag (groenten en fruit) moet meer worden gegeten dan van die uit de bovenste laag (vetten).
Groenten en fruit: 200 gram groenten en twee maal fruit
Groenten en fruit bevatten voedingsvezels, vitaminen, mineralen, sporenelementen en antioxidanten. Eetiederedag200gramgroentenentweemaalfruit.
Graanproducten: bij iedere hoofdmaaltijd
Graanproducten, zoals glutenvrij brood en glutenvrije pasta, aardappelen en rijst, bevatten veel koolhydraten en voedingsvezels. Deze leveren energie die het lichaam makkelijk kan verwerken. Bij iedere hoofdmaaltijd moet een levensmiddel uit deze groep worden gegeten, dus 3 porties per dag. 1 portie = ca. 80-100g glutenvrij brood, ca. 200g aardappelen, ca. 100gglutenvrije pasta.
Melk en melkproducten: dagelijks
Melk en melkproducten, zoals yoghurt, kwark en kaas, bevatten eiwitten, vet, kalk (= calcium) en vitaminen. Eet hiervan 2 porties van elk 120g, indien mogelijk vetarm.
Vlees, vis, eieren, peulvruchten: dagelijks voldoende
Vlees, vis en eieren bevatten eiwitten, vet, mineralen (metnameijzer) en vitamine B. Ook peulvruchten zoals bonen, linzen, erwten en kikkererwtenbehoren tot dezegroep, omdat ze niet alleen veel koolhydraten maar ook veel eiwitten en ijzer bevatten. Eet dagelijks afwisselend1portie vlees of vis (ca. 100- 120g rauw) of als alternatief2keer per week peulvruchten (ca. 60 g). Het gezondst zijn mager rundvlees, gevogelte en vis. Eet maximaal 2 keer perweekeieren.
Vetten en oliën: dagelijks met mate
Vetten en oliën bevatten essentiële vetzuren en in vet oplosbare vitaminen (A,D,E,K). Het gezondst zijn plantaardige vetten, zoals koudgeperste olijfolie en pitoliesoorten. Eet dagelijks maximaal 3 porties van elk 10 g. Dierlijke vetten (zoals in boter) dienen met mate te wordengegeten.
Tips voor een gezonde en evenwichtige voeding. Enkele simpele tips:
Enkele kleine suggesties:
_ gebruik bijvoorbeeld 30 g olie per dag, bij voorkeur olijf- , zonnebloem-, koolzaad-, lijnzaad-, noten-, sesamolie, enz.
_ drink dagelijks minstens 1-2 liter water. Drink bij voorkeur mineraalwater, verdunde vruchten- of groentensappen, ongezoete kruiden- en vruchtenthee.
_ bereid gerechten zorgvuldig en zonder vet (braden, stoven,stomen).
_ eet langzaam, kauw goed en geniet van het eten.
_ gebruik meer verse kruiden en specerijen in plaats van zout.
_ wees matig met alcohol.
_ wees matig met zoetwaren, zoutjes en gezoete dranken en spaarzaam met suiker.
_ zorg voor minstens 3 porties groenten en fruit per dag
_ gebruik bij het koken uitsluitend glutenvrije ingrediënten.
_ Voorkom contact met glutenhoudende levensmiddelen.
_ ga regelmatig sporten.
Waaraan kan ik glutenvrije levensmiddelen herkennen?
Het herkennen van zogeheten "riskante" levensmiddelen wordt gemakkelijker door een nieuwe EUrichtlijn voor certificering van levenmiddelen. Volgens deze richtlijn moeten producenten op voedingsmiddelen vermelden wanneer deze gluten bevatten, zelfs als het gaat omminimale hoeveelheden. Meestal leidt bewuste of onbewuste consumptie van gluten tijdens het eten niet tot ernstige klachten, maar op de lange termijn kan opnieuw schade aan de slijmlaag van de darmen ontstaan. Het is dus belangrijk bij de keuze van voedingsmiddelen en bij het eten altijd voorzichtig te blijven zonder bij de gedachte aan gluten in paniek te raken of in de stress te schieten. Dergelijke reacties zijn nergens voor nodig.
Levensmiddelen zonder problemen
Er zijn veel producten die van nature glutenvrij zijn en zonder bezwaar kunnen worden gegeten: rijst, maïs, aardappelen, peulvruchten, boekweit, tapioka, melk en melkproducten, vlees, vis, eieren, plantaardige oliën, groenten en fruit. Bovendien zijn er talrijke producten die speciaal voor coeliakiepatiënten worden vervaardigd (brood, deegwaren, gebak, pizzabodems, meel, koekjes, zoetwaren). Deze speciale producten wordenaangeduidmethetsymbool van een "doorgestreepte aar". Dit symbool garandeert dat een product glutenvrij is.
Riskante levensmiddelen
Riskant zijn de levensmiddelen die gluten of tarwe als ingrediënt of toevoeging kunnen bevatten. Voorbeelden zijn kant-en-klaargerechten, worst, sojasaus en ijs. Bij deze levensmiddelen is het bijzonder belangrijk de lijst met ingrediënten op de verpakking zorgvuldig te lezen. Riskant zijn ook levensmiddelen die tijdens de productie mogelijk met gluten in aanraking zijn geweest.
Verboden levensmiddelen
Verboden zijn alle levensmiddelen die tarwe, dinkel (spelt), kamut, triticale, gerst en rogge bevatten. Haver moet eveneens worden vermeden, omdat het vaak met gluten in aanraking is geweest.
Glutenvrije gerechten zorgvuldig bereiden
_ Gebruik uitsluitend ingrediënten die gegarandeerd glutenvrij zijn. Raadpleeg ter informatie de glutenvrije merkartikelenlijst van het Voedingscentrum te Den Haag.
_ Raak gerechten niet aan met handen met meel of met ongereinigde keukenapparatuur (schotels, lepels, zeven, pannen, enz) die met glutenhoudende gerechten in aanraking zijn geweest.
_ Verwerk gerechten uitsluitend op een schone ondergrond, zoals een werkblad, bakblik, bakvorm of grill. Belangrijk: begin pas met koken nadat alles is schoongemaakt.
_Gebruik geen olie die al is gebruikt voor het frituren van glutenhoudende, gepaneerde gerechten.
_Gebruik geen water dat al is gebruikt voor het koken van glutenhoudende pasta.
_ Gebruik een ondergrond van bakpapier op oppervlakken die eventueel met gluten in aanraking kunnen zijn geweest.
Een afwisselende voeding is van groot belang.
De glutenvrije voeding die nu al meer dan 50 jaar wordt gebruikt als behandeling voor coeliakie, is een volwaardige voeding die geschikt is voor alle leeftijden en ook in speciale omstandigheden (bijvoorbeeld zwangerschap of diabetes). Het afzien van levensmiddelen die tarwe en andere glutenhoudende graansoorten bevatten, kan leiden tot een lagere consumptie van voedingsvezels. Maar als dagelijksvoldoendeversegroentenen fruit worden gegeten, wordt dit tekort gecompenseerd. Het is van belang dat de voeding voldoende vitaminen bevat, vooral B-complex, ijzer en voldoende calcium.
Er wordt onderzoek gedaan naar alternatieve behandelmethoden.
Het doel is de patiënt te bevrijden van de "druk" van de glutenvrije voeding. Zo wordt onderzoek gedaan naar minder schadelijke graansoorten, enzymen die de voor coeliakiepatiënten schadelijke proteïnebouwstenen kunnen verteren, medicijnen met een anti-transglutaminase werking, anticytokine en immuunmodulatoren die de afweerreactieopglutenstoppen(de zogeheten "enting"). Momenteel staat onderzoek naar de effectiviteit van deze methoden nog in de kinderschoenen. De stap van laboratorium naar klinische tests wordt bemoeilijkt doordat coeliakie niet voorkomt in de dierenwereld. De toekomst ziet er rooskleurig uit voor coeliakiepatiënten, maar het is moeilijk te voorspellen wanneer deze onderzoeken vruchten zullen afwerpen. Verder is van belang, dat iedere nieuwe behandeling zich moet bewijzen ten opzichte van de reeds bestaande, veilige, effectieve en beschikbare oplossing: glutenvrije voeding.
Na 1-2 jaar glutenvrije voeding is geen intern onderzoek meer nodig.
Als er geen twijfel bestaat over de diagnose, is het volgens ons niet zinvol nog een dunne-darmbiopsie uit te voeren om na te gaan of de slijmlaag van de dunne darm zich heeft hersteld. Wel is regelmatig onderzoek door een specialist aan te bevelen om bepaalde laboratoriumwaarden te controleren, te weten:
_waarden van de ijzerhuishouding (bloedbeeld, ijzer, ferritine). Een langdurig ijzergebrek kan worden verholpen door het slikken van ijzerpreparaten.
_Anti-tTG-antistoffen (bij een positief testresultaat is de glutenvrije voeding niet strikt genoeg aangehouden).
_Onderzoeken voor een tijdige herkenning van eventuele autoimmuunziekten (vooral antithyroglobuline antistoffen en anti-thyroperoxidase voor de diagnose van thyroïditis). De controle op osteoporose met
metingen van de botdichtheid is
vooral van belang voor vrouwelijke
coeliakiepatiënten bijwiedediagnose
pas laat is gesteld. Voor patiënten
bij wie tijdens een controlebezoek
een opvallende toename van het
lichaamsgewicht wordt vastgesteld,
worden eerstegraads onderzoeken
van de spijsvertering aanbevolen
(algemeen cholesterolgehalte, HDLen
LDL-cholesterol, triglyceride,
glucose).
Naaste familieleden van coeliakiepatiënten
(kinderen, broers, zussen
en ouders) hebben een grotere
aanleg voor coeliakie (ca. 10%) dan
anderen. Daarom is het zelfs bij
een ogenschijnlijk probleemloze
gezondheid van belang dat ook zij
serologisch worden onderzocht op
anti-tTG-antistoffen en dat eventueel
een genetische analyse of HLADQ2/
DQ8-genotypebepaling wordt
uitgevoerd.
De zwaarste hindernis is de diagnose.
Er wordt wel gezegd dat coeliakie na de diagnose niet langer een ziekte maar een leefstijl is. Nadat een begin wordt gemaakt met de juiste behandeling, neemt het algehele welzijn immers snel toe. De patiënt moet alleen leren leven volgens de nieuwe regels die worden voorgeschreven door de aangepaste voeding. De talrijke glutenvrije producten die door verschillende levensmiddelproducenten zijn ontwikkeld, hebben zeker bijgedragen aan een hogere levenskwaliteit van coeliakiepatiënten. Vrijwel overal zijn glutenvrije levensmiddelen verkrijgbaar, ook in supermarkten, en als kant-en-klaarproduct of om zelf te koken en te bakken. De beperkingen in de keuze gelden voornamelijk voor eten in restaurants, café's en kantines, want daar is nog maar een beperkt aanbod van glutenvrije producten. Maar zelfs op dat gebied verbetert de situatie van jaar tot jaar, mede dankzij de inspanningen van coeliakieverenigingen en de groeiende aandacht van instellingen en media.
Op school
Veel scholen kunnen kinderen gegarandeerd glutenvrije maaltijden geven, maar het is van belang dat de ouders controleren of het keukenpersoneel op de hoogte is van het probleem. Met het grote aanbod aan glutenvrije zoetigheden en zoutjes vormen ook speciale gelegenheden zoals schoolreisjes en verjaardagsfeestjes geen enkel probleem.
Jongeren
"Uitzonderingen" op de glutenvrije voeding kunnen zich vrij vaak voordoen bij jongeren. Velen willen immers niet accepteren dat ze iets anders eten dan de anderen of ze willen het niet laten merken. Als de symptomen niet onmiddellijk optreden, kan het aantal uitzonderingen makkelijk uit de hand lopen. Wat is daaraan te doen? Het heeft geen zin te beginnen over schuld of (nog erger) om met dreigingen aan te komen. De jongeren kunnen beter goed worden voorgelicht. In speciale gevallen, bijvoorbeeld als er geen goede verstandhouding met de ouders is, kan de hulp van een psycholoog worden ingeroepen voor de jonge coeliakiepatiënt. De problemen tijdens de jeugd zijn meestal tijdelijk van aard en betekenen niet dat er later geen "normaal" leven mogelijk is met coeliakie.






